Schilder Georges Seurat was voor Gijs zijn kleurenleer het grote voorbeeld.

                                    In het bijzonder "Pointillisme"

Deze techniek is hij is gaan toepassen bij het maken van zijn panelen van de “Lente”, “Zomer”,” Herfst” en “Winter” (2010 / 2012). Hier is jaren lange studie aan vooraf gegaan. Voordat hij de werken met acrylverf op een paneel ging zetten werkte hij deze vooraf eerst op papier uit. Pas als hij helemaal tevreden was werd dit door hem het definitief gemaakt. In het begin toen hij net als kunstenaar begon, was hij geboeid door het abstracte minimalisme. Hij stelde zich dan de vraag “hoe kan ik de kleuren vangen” met de tijden van de dag en de jaargetijden (1986 / 1988). Hij maakte met gevouwen spiraal een mal, hing deze in een glazen vaas en bestudeerde vervolgens hoe de lichtinval was. Hij ontwikkelde een techniek door kleurvelden steeds te omgeven door grijsvelden. Deze grijsvelden komen in lichtheid overeen met de kleurvelden.

De kleur en het grijs hebben dus iets gemeenschappelijks. Zo zal blauw een korrelaat hebben met een donkerder grijs als geel. Dankzij dit principe, wat de kunstenaar Gijs, “het principe van grijs “ noemt, gaat het geheel bijzonder kleurig werken en vibreren. Zijn werk de “Middag” is daarom uitgeselecteerd door de commissie van de Koninklijke subsidie voor jonge aankomende kunstenaars in 1993. In het Paleis op de Dam te Amsterdam is dit werk tijdelijk in 1993 te zien geweest. De Griekse mythologie was in zijn begin jaren als kunstenaar ook een inspiratie bron. Hij werkte toen veel met Siberisch en pastel krijt. Dit was afhankelijk van zijn stemming. (1986 / 1993) Tekeningen vanuit een vloeiende lijn was ook een vorm die Gijs beheerste, onder andere “sumi-e” Het Japans penseel schilderen. Met potlood en stift maakte Gijs ook graag spontane “een lijns “ tekeningen. Hierin zat ook vaak een humoristische knipoog in verwerkt. 

Paneel Herfst. Een voorbeeld van zijn pointillisme. Verkocht.

Paneel met Kippen
Een voorbeeld van zijn Sum é techniek