Jong talent

11. okt, 2020

Afgelopen week heeft de opening van de Koninklijke Subsidie voor de vrije schilderkunst in het Koninklijke Paleis te Amsterdam plaatsgevonden. Gelukkig dat het voor de jonge getalenteerde kunstenaars toch georganiseerd is, ondanks deze hectische tijd vol met beperkingen vanwege de pandemie Corona. Hopelijk gaan er toch veel mensen er naar kijken. Cultuur is zo broodnodig.  Het is onze spiegel van de huidige tijdsgeest.

Zoveel anders ging het er in 1993 aan toe. Gijs behoorde ook tot één van de geselecteerde kunstenaars die daar zijn werk mocht exposeren. Het werd onverwacht een hele bijzondere dag.

Dit alles is uitgebreid te lezen in het boek “de Bosbloem” Hieronder een impressie van deze dag.

“Op bezoek bij de koningin, 15 oktober 1993.

In 1993 schreef Gijs zich in voor de Koninklijke Subsidie voor jonge kunstenaars. Het werk ’De Middag’ werd ingeloot voor de expositie en hij mocht een introducé meenemen. Onze ouders waren bijzonder trots dat hij eindelijk een uitnodiging, én dan nog wel een Koninklijke, kreeg en dat hij hen vroeg om mee te gaan. Alleen was het een beetje lastig om een keuze te maken. Mijn vader was toen al slechtziend en mijn moeder wilde hem niet graag alleen laten, dus werd aan mij gevraagd om mee te gaan. Ik vond het een hele eer. Er mocht met niemand over gesproken worden.

Met de persoonlijke uitnodiging op zak, met voor mij als aanhef “weledelgeboren vrouw”, gingen Gijs en ik, beide in het nieuw gestoken, opgetogen met de trein naar Amsterdam. Het was wat aan de vroege kant, maar dat deerde ons niet, per slot van rekening is er genoeg te beleven in de hoofdstad en wij als mensjes van de provincie keken onze ogen uit. Eindelijk konden we ons gaan aanmelden bij het Paleis op de Dam. Ik was er nog nooit binnen geweest en keek mijn ogen uit: wat was het groots en wat voelde ik me klein in die grote zalen. In de grote ontvangstzaal stond de koningin met aan haar zijde een lakei met een staf. Die tikte op de grond. Onze namen werden afgeroepen. We mochten naar voren komen en gaven de koningin een hand. Daar stond ze dan, mijn eerste indruk was: goh, ze is toch nog best lang. Ze droeg een jurk met brede schoudervullingen. De fuchsia schoenen en haar gelakte nagels kleurden precies bij de bloemenprint van haar jurk. Wat mij nog het meest verbaasde was, dat er onder haar gelakte nagels, op de vingertoppen allemaal pleisters zaten. Zou ze van tevoren nog hebben zitten kleien aan een van haar beelden? Na de begroeting werd ons verzocht om ons bij het aanwezige gezelschap in de grote zaal te voegen. De zaal met al zijn pracht en praal overdonderende ons. Als echte muurbloempjes vonden wij een plaatsje langs de zijkant bij een raam. Zo hadden we het gevoel dat we met één been in de buitenwereld stonden en met het andere been in het paleis.

Na het ontvangstritueel hield de koningin een toespraak. Een grote groep mensen vormde zich om de koningin heen en zodra ze maar één voet verplaatste, verplaatste het gezelschap zich mee, als een bijenkoningin met haar volk. De eerste gedachte die bij ons opkwam was: dit zie je als mensen uit de provincie bijna nooit, wat moeten we hier toch mee. Wij kenden helemaal niemand en alleen in de verte zagen wij een aantal tv-persoonlijkheden, waaronder Rudi Fuchs. Hij had Gijs mede geselecteerd en de koningin van advies voorzien.

Na de toespraak moesten alle kunstenaars bij hun ingezonden werk gaan staan voor een persoonlijk gesprek met de koningin. In welke gang het werk van Gijs hing was ons niet bekend. We moesten dus rennen door de gangen om het werk ’De middag’ te zoeken. Eindelijk hadden wij zijn paneel gevonden, maar toen gebeurde er iets dramatisch. De koningin, met heel haar gezelschap, was het schilderij al voorbij gelopen en stond bij de volgende kunstenaar die over zijn werk aan het vertellen was. Onze adem stokte: dit verzin je toch niet, eindelijk Koninklijke aandacht en dan er gewoon niet zijn als kunstenaar bij je ingezonden werk. Wat kunnen we nu nog doen? Volgens het protocol kan je het natuurlijk niet maken om naar de koningin te roepen: “ Joehoe, hier zijn we! Kunt u nog even terugkomen?”

Wil je verder lezen hoe deze wonderlijke dag verliep. Koop dan het boek “De Bosbloem” online via de website https://www.schilderijengijs.nl/439885992

 

                                                                                                                                             

13. sep, 2020

Wat als alles was

Bij die eindeloze plas

Beter hier dan daar?

16. aug, 2020

Voor velen is het einde van de vakantie nabij. Wat doen de meeste van ons? We vergaren de foto’s en de herinneringen die hieraan vastkleven. Zo heeft ieder zijn eigen manier om na te mijmeren over de vakantie. Bij Gijs was dit niet anders. Alleen hij legde zijn dierbare herinneringen vast in tekeningen.

Vandaag wil ik jullie de tekening laten zien die hij maakte in 1982 tijdens onze trip naar:

Sant Remy de  Provence. Wij waren op doorreis naar Avignon en namen een stop. Gijs vertelde ons over Saint-Paul-de-Mausole waar Vincent van Gogh een tijdje was opgenomen en daar veel tekeningen had gemaakt.

De dag dat wij er waren was snoei heet. Wij waren met zijn drieën helemaal alleen en keken uit over een dal met lavendel bollen en rijen cipressen. We hoorde krekels en de lucht trilde van de hitte. We vielen stil vanwege de schoonheid die voor ons openbaarde.

Niets zeggen, natuurgeluiden waarnemen en tekenen is een waar genot voor diegene die dit kunnen. Gijs kon dit.

6. jul, 2020

Kermis 2020.

Hoe zal het nu gaan? Gaat het lukken met die 1,5 meter? laat een kermisbezoeker zich de pas afsnijden en in bepaalde routes lopen? Deze zomer zit zo vol met beperkingen.

Vol verwachting kijk ik uit naar de aangepaste kermis. De Tilburgse Kermis met al die mensen, die geboeide ogen, die vreemde attracties, de lampjes en die geuren. Waar zal ik me aan  vergapen? In vroegere tijden had men hier maanden voor gespaart met een dubbeltjes pot in de kroeg. Zou deze pot het corona tijdperk hebben overleeft?

Er komt weer een kind in me naar boven, vol met herinneringen;

Samen met vader naar de kermis, dartelend en huppelend vertrokken we vanaf de Stationsstraat en er gebeurde altijd wel iets tijdens de wandeling naar de kermispleinen. Eén van mijn broers viel van de hoge stoeprand en kwam snikkend, met een geschaafde de knie aan bij kermis. Jantje die uit de wandelwagen viel omdat we niet opletten dat de stoeprand ophield.  Of ik, die zo aan het rondkijken was naar van alles en nog wat en hierdoor een lantarenpaal niet zag en daar met een harde knal tegen aanliep om vervolgens met sterretjes draaiend voor mijn ogen weer op te staan. Nee wij hadden geen draaimolen nodig. De voorpret was al voldoende. We vergaapten ons aan al die attracties met vreemde vrouwenfiguren die zo groots waren beschilderd op de kermisattracties. De man die vanaf zijn kermiswagen bijzondere rariteiten van mensen aankondigde. Zoals de vrouw met de baard,  de dikste moeder en zoon ter wereld. Ik vond deze mensen altijd heel zielig en snapte niet dat zij zich zomaar lieten bekijken.

Samen met Phillip mocht ik soms in de zweefvliegtuigjes. Ik vond het heerlijk die snelheid met de wind in mijn haren. Van Philip mocht ik niet laag vliegen want dan werd hij misselijk. Om te plagen deed ik dit toch wel een paar keer. Toen Gijs en Jan wat groter waren  bezochten ze vaak het glazen doolhof.

In herinnering ruik ik de geuren van de suikerspin en oliebollen kramen. De oliebollen werden door vader steevast afgekeurd, veel te vet was zijn gevleugelde uitspraak.  Het vet mag niet stinken, want dan is het oud werd ons geleerd. Soms kregen we een suikerspin. Voor moeder kocht vader een bosje paling. Moeder stond samen met een knecht in de automatiek, terwijl wij weg waren. Als troost voor alle ongemakken mochten we gokje wagen bij het touwtje trekken, hier hadden we altijd prijs en kregen een zuurstok die we pas mochten openmaken als we thuis waren. Uren later kwamen we thuis en kregen van moeder achterin de automatiek wat drinken. Daarna gingen we moe naar bed om verder te dromen over die wonderlijke wereld van de kermis.

Gijs was ook dol op de kermis en heeft over dit thema veel getekend en gefotografeerd.  Hij geeft de kijker twee gezichten mee. Eén de lugubere kant van het kermisleven en het kleurrijke vroegere werk. Deze heb ik onlangs tussen al zijn tekeningen terug gevonden. Het is een techniek op papier met verf, gemaakt in 1982. Voordat hij naar de kunstacademie ging.

Mobiele goktent.

Begerende prijs en munt

lokt met stemmig licht.

9. jun, 2020

Schitterende plets

Schept enige verwarring

Vertoont sensatie